onderhoud - WikiWoordenboek
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·der·houd
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van onderhouden
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | onderhoud | - |
verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
het ónderhoud o
- handelingen verricht om iets in goede staat te houden
- ▸ De centrale hal was voorzien van een sensationele kroonluchter, die amechtig antiek hing te zijn. `Een van onze pronkstukken,' zei de majordomus, die alles merkte, dus ook dat de lamp mij was opgevallen. 'Alleen erg lastig in het onderhoud.[1]
- ▸ Hoewel deze terugkeer naar de kou en de duisternis een nuttige halte in zijn leven was geworden, stond zijn trein in het station voor onderhoud en om na te denken.[2]
- (communicatie) een gesprek waarin men m.n. tracht bepaalde geschilpunten te overbruggen
- Hij had een onderhoud met zijn chef.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. handelingen verricht om iets in goede staat te houden.
2. een gesprek waarin ...
Werkwoord
vervoeging van |
---|
onderhouden |
ónderhoud
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
- ... dat ik ónderhoud.
Werkwoord
vervoeging van |
---|
onderhouden |
onderhóúd
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
- Ik onderhoud.
- gebiedende wijs van onderhouden
- Onderhoud!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
- Onderhoud je?
Gangbaarheid
- Het woord onderhoud staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onderhoud" herkend door:
100 % | van de Nederlanders; |
99 % | van de Vlamingen.[3] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Afrikaans
Uitspraak
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | onderhoud |
Zelfstandig naamwoord
onderhoud